Interview met Emilio van RetroSoulsBorne over de wereld van repro’s

De markt voor tweedehands retrogames is de afgelopen jaren ontploft. Helaas betekent die enorme stijging in waarde en populariteit ook dat de markt wordt overspoeld met reproducties: van haarscherpe nep-cartridges tot op het oog niet van echt te onderscheiden nep-inlays. Wie niet precies weet waar hij op moet letten, trapt er zó in.

Maar hoe vis je de originele klassiekers eruit en waar herken je een repro aan? Om daarachter te komen ging ik in gesprek met Emilio, eigenaar van de Nederlandse retro-webshop RetroSoulsBorne. Emilio controleert, opent en test dagelijks tientallen games en consoles om de echtheid te garanderen.

In dit interview vertelt hij over het ontstaan van zijn shop onder de douche, de beruchte Pokémon-mijnenvelden, het openmaken van cartridges én deelt hij praktische tips om je eigen collectie te controleren.

Interview met Emilio van RetroSoulsBorne

Emilio, kun je jezelf kort voorstellen, vertellen hoe RetroSoulsBorne is ontstaan en waar de naam vandaan komt?

Ik ben Emilio en ik verkoop tweedehands retrogames, consoles en accessoires, met de nadruk op originele PAL-uitgaven.

De naam is minder doordacht dan mensen hopen. Ik ben een enorme Dark Souls-fan, ik heb ze allemaal kapot gespeeld, en ik moest een naam bedenken voor de zaak. Ik stond onder de douche en ineens schoot het me te binnen. Zo is het gegaan.

Hoe ziet jouw eigen proces voor kwaliteitscontrole eruit vanaf het moment dat een game bij jou binnenkomt tot het moment dat deze op de site staat?

Het begint eerder dan bij binnenkomst, namelijk bij het bod. Bij elke partij die ik aangeboden krijg doe ik eerst een regiocontrole, voordat ik een prijs noem. Dat klinkt streng, maar ik heb een keer een GameCube-partij gezien waarvan ik dacht dat hij fantastisch was, en het bleken allemaal Amerikaanse carts. Wat iemand zegt over waar hij het gekocht heeft zegt niets over de regio. Nederlandse zolders liggen vol met import.

Daarna gaat elk exemplaar apart door de handen. Ik werk niet per partij maar per stuk, want een partij heeft geen staat en een cartridge wel. De volgorde is: regio en echtheid vaststellen aan de buitenkant, openmaken, testen op echte hardware, schoonmaken, fotograferen, en pas dan de listing.

Testen doe ik op een gewone console, niet op een emulator en niet op een gemodificeerde machine, want dan test je je mod en niet de game. Schoonmaken is bij cartridges de contacten en de behuizing. Schijfjes behandel ik niet machinaal, want ik heb geen disc cleaner staan, daar ben ik voor aan het sparen. Wat ik wel doe is de krassen die erop zitten fotograferen en benoemen, zodat je op de foto ziet wat je krijgt in plaats van een opgepoetste versie ervan.

Van vrijwel alles maak ik drie foto's: voorkant, achterkant en de open case. Die foto's zijn later mijn eigen bewijsstuk, dus ze moeten scherp genoeg zijn om codes op te kunnen lezen.

Een ding wil ik daarbij expliciet noemen, want het hoort in een stuk over repro's thuis. Ik verkoop alleen echte games. Geen namaakcartridges, geen gebrande schijfjes. Maar een doosje is iets anders dan een game. Als een originele case gebroken of vergaan binnenkomt, dan vervang ik die door een reproductiecase, want het alternatief is dat een verder prima spel onverkoopbaar blijft liggen. Bij mijn GameCube-voorraad was dat bij veertien van de vijfendertig exemplaren zo.

Het verschil zit hem erin dat ik dat opschrijf. Op de productpagina staat per exemplaar of het doosje origineel is of een reproductie, en de inlay, dus het gedrukte vel in de case, is in die gevallen wel het origineel. Ik vind dat je dat onderscheid moet maken en moet benoemen. Honderd procent origineel zeggen over een heel pakket terwijl de case vervangen is, is niet waar. Mijn belofte gaat daarom over de game zelf: die is echt, of hij komt de winkel niet in.

Aan het eind krijgt alles zes maanden garantie op de werking plus dertig dagen retour. Bij losse handleidingen alleen die dertig dagen, want op papier kan ik geen werking garanderen.

Hoe erg is het probleem met repro's op dit moment in de retromarkt, en welke specifieke consoles of titels zijn het grootste "mijnenveld"?

Game Boy Advance is met afstand het ergste, en daarbinnen zijn het vooral de Pokémon-titels. Bij de andere consoles valt het echt wel mee. Bij de N64 zie je af en toe een gekke cartridge, maar dat is dan meestal een resticker terwijl het bord er gewoon echt is. Dat is een ander probleem dan namaak: iemand heeft er een verkeerd label op geplakt.

Wat wel is veranderd, is dat ze slimmer zijn geworden. Een paar controles die vroeger werkten, werken nu niet meer.

Vroeger keek je naar de stempels op het label. Dat was een prima methode, tot de repromakers diezelfde stempels gingen nadoen. Op de achterkant van GBA-borden had je ook de truc met de vier kleine vierkantjes die bij elkaar moesten staan. Ook dat is inmiddels gedebunkt. Als je nu nog op die twee dingen vaart, kijk je naar iets wat de namaak ook gewoon heeft.

Zo'n zelfde nuance geldt voor de zwarte blobs die je op sommige carts ziet, die klodders epoxy over een chip. Mensen roepen vaak dat een blob automatisch namaak betekent en dat klopt niet. Er zijn een paar games met een bepaald codetype waar zo'n blob gewoon hoort, al is dat uiterst zeldzaam. Het zegt dus niet meteen of het goed of fout is, het betekent dat je moet doorkijken. Ik controleer dan de DMG-code en wie het gemaakt heeft.

En je moet weten dat sommige titels in meerdere productierondes zijn gemaakt, waarbij de tweede ronde er anders uitziet dan de eerste. Bij Pokémon LeafGreen is een van de chips in zo'n latere ronde gewoon half zo groot. Wie alleen een plaatje van een echte cart uit de eerste ronde als referentie heeft, verklaart dan een echt exemplaar tot namaak.

Dat is eigenlijk de kern van het hele probleem. Er zijn heel veel losse regeltjes in omloop, en de meeste zijn ooit waar geweest.

Voor mij is dit ook de reden dat ik PAL-only ben gaan doen. In wat mij hier aangeboden wordt, zijn de Pokémon-cartridges met USA op het label eigenlijk altijd namaak. Ik ga niet beweren dat er in Amerika geen echte bestaan, natuurlijk wel, maar wat er hier op zolders en op marktplaatsen opduikt met dat label erop is een categorie waar ik gewoon vanaf blijf. Daar komt bij dat Europese hardware sowieso het veiligst is: een Europese controller werkt overal, een Amerikaanse of Japanse is op Europese apparatuur een gok.

Wat zijn de allereerste uiterlijke kenmerken waar je op let als je een cartridge of cover binnenkrijgt, nog vóór je een schroevendraaier pakt?

Voordat je iets openmaakt kun je al veel zien, en een deel van de twijfelgevallen valt in deze stap af.

Ik kijk eerst naar het label, en dan niet naar het plaatje maar naar de code erop. Bij N.E.S., N64 en Game Boy staat de regio in die code: EEC, FRA, HOL, NOE of EUR hoort in Europa, USA niet. Op N64-labels staat er vaak ook letterlijk PAL Version bij. Bij de SNES kijk ik naar de vorm van de cartridge zelf, want de Amerikaanse behuizing is hoekiger dan de Europese. Bij GameCube en de schijfjesconsoles is het het snelst te zien aan het keurmerk op de hoes: een PEGI-logo met leeftijd is Europees, een ESRB-blokje met E, T of M is Amerikaans.

Verder is de kleur van het label vaak al genoeg. Bij de meeste namaak die ik tegenkom zie ik het daaraan, of aan de cassette zelf. Een origineel label heeft een scherpe, gelijkmatige druk en kleuren die kloppen met andere exemplaren van dezelfde titel. Dat is precies waarom het helpt om er veel doorheen te hebben gehad: je hebt dan een referentie in je hoofd waar je een afwijking tegen afzet. Een kleurzweem, een lettertype dat net niet klopt, een label dat te wit of te glanzend is, een sticker die niet strak in de uitsparing ligt.

Bij handhelds en consoles zelf is er nog iets wat weinig mensen weten. Het modelplaatje op de achterkant is een sticker, dus dat bewijst niets over wat erin zit. Een omgebouwde Game Boy Advance SP met een nieuw scherm draagt gewoon nog het oude modelnummer, en losse behuizingen en namaakstickers worden gewoon verkocht. Wat wel helpt: op Europese namaaklabels ontbreekt vaak het WEEE-symbool, het doorgekruiste vuilnisbakje. Dat hoort er bij een Europees apparaat op te staan.

Wanneer schroef je een cartridge open en wat zijn op de printplaat (PCB) de ultieme bewijzen dat het om een nep-exemplaar gaat?

Bijna altijd, en dat verrast mensen meestal.

Ik maak niet alleen open bij twijfel over echtheid. Ik wil naar de contactpunten kijken, en die kun je door de gleuf gewoon niet beoordelen. Je ziet er van buitenaf niets van, en als hij open is kun je er ook meteen goed bij om schoon te maken. Dus is openmaken bij mij de standaard en niet de uitzondering. Dat het meteen de printplaat blootlegt is dan een prettige bijvangst.

Voor GBA-cartridges heb je een tri-wing nodig, dat Y-vormige schroefje. Voor de oudere Game Boy-cartridges is het een gamebit van 3,8 millimeter. Die 4,5 millimeter die je ook in zulke setjes vindt is voor de behuizing van consoles, niet voor cartridges.

Als hij eenmaal open is, is het snelste wat mij verraadt de opdruk op het bord zelf. Op een echt bord zie ik het gouden Nintendo-logo staan. Zie ik dat niet, dan weet ik eigenlijk meteen dat ik naar een scheve zit te kijken. Dat is voor mij de snelste controle die er is.

Daarna kijk ik naar de chips en naar de codes, en dat is waar ik hierboven op doelde: welke DMG-code staat erop, en wie heeft het gemaakt. Dat is ook precies waarom een enkel kenmerk nooit genoeg is. Een blob kan kloppen, een kleinere chip kan kloppen als het een latere productieronde is. Het is de combinatie van bordopdruk, codes en fabrikant die het beeld compleet maakt, niet een los trucje.

Een opengeschroefde cartridge met de printplaat in beeld. Het gouden Nintendo-logo staat er duidelijk op, met daaronder het copyright uit 1989 (dat is het board-ontwerp, niet het spel) en '99 als productiejaar. Rechts zie je de testpunten TP1 tot en met TP4. Dit is de   achterkant van een Tetris DX.
Een opengeschroefde cartridge met de printplaat in beeld. Het gouden Nintendo-logo staat er duidelijk op, met daaronder het copyright uit 1989 (dat is het board-ontwerp, niet het spel) en '99 als productiejaar. Rechts zie je de testpunten TP1 tot en met TP4. Dit is de achterkant van een Tetris DX.

Wat is de slimste of meest misleidende repro die jij ooit bent tegengekomen, en hoe kwam je er uiteindelijk achter dat hij nep was?

Eerlijk antwoord: ik heb er nog nooit een gezien die mij echt te pakken had. Bij vrijwel alles wat ik tegenkom zie ik het al aan de kleur van het label of aan de cassette zelf, dus voordat er ook maar een schroevendraaier bij komt.

Ik denk dat dat vooral door het aantal komt. Als je er veel doorheen hebt, wordt een afwijking iets wat opvalt in plaats van iets wat je moet zoeken.

Dat betekent overigens niet dat namaak slecht is. Ze zijn duidelijk beter geworden, en de controles waar mensen vroeger op vertrouwden zijn deels achterhaald. Ik denk dat er meer kopers zijn gepakt dan verkopers, juist omdat een koper meestal maar een of twee exemplaren van die titel in handen heeft gehad.

Welke essentiële tools of hulpmiddelen zou iedere retro-verzamelaar volgens jou thuis moeten hebben om z'n eigen aankopen te controleren?

Minder dan mensen denken, en het belangrijkste kost niets.

Een tri-wing schroevendraaier voor GBA en een gamebit van 3,8 millimeter voor de oudere cartridges. Zonder dat kun je een cartridge alleen van de buitenkant beoordelen, en zoals gezegd is de binnenkant bij mij juist de standaardcontrole. Zo'n setje kost een paar euro.

De oranje gamebit met de holle punt en de rode tri-wing.
De oranje gamebit met de holle punt en de rode tri-wing.

Een loep, of gewoon je telefooncamera met de zoom erop. Drukwerk is waar het misgaat bij namaak, en drukwerk beoordeel je niet op ooghoogte. Ik lees zelf codes van foto's af, en dan is inzoomen op de volle resolutie het verschil tussen een gok en een aflezing. Ik heb een keer zes van de zevenendertig codes verkeerd gelezen omdat ik naar een te kleine versie van mijn eigen foto zat te kijken, dus dat is geen theorie.

Echte hardware om op te testen. Een gewone, ongemodificeerde console van de juiste regio. Een game die het doet op een gemodificeerde console heeft alleen bewezen dat je mod werkt.

En het belangrijkste, dat geen gereedschap is: een exemplaar waarvan je zeker weet dat het echt is, van dezelfde console. Namaak herken je bijna altijd door vergelijking en bijna nooit uit je hoofd. Leg ze naast elkaar en het valt op.

Wat ik zou overslaan: dure meetapparatuur en UV-lampen. Voor wie thuis zijn eigen aankopen wil controleren is dat overkill.

Reacties

Meest gelezen de afgelopen 7 dagen

Interview met gameontwikkelaar Dogroach over Cataclyzm

De opmars van retro games in Nederland: nostalgie, verzameldrang en een bloeiende community

3 Phase – Straight Road: een hypnotiserende rit door de Berlijnse underground van 1994

Preview: Super Sunny World – authentieke 8-bit N.E.S. platformer vol Super Mario nostalgie

Retro gaming in 2025: waarom oude games weer booming zijn

Interview with game developer Dogroach about Cataclyzm

Waarom zijn de Nintendo 3DS en 2DS ineens zo duur geworden?